kipsaté

Niet nieuw, wel lekker

Ik probeer op mijn blog meestal recepten te plaatsen die ik zelf heb bedacht, maar af en toe kan een klassieker ook best. Maar dan wel op mijn manier, natuurlijk. Vandaag mijn versie van een gerecht dat bij zo ongeveer elk eetcafé op de kaart staat, maar mij toch nog steeds niet verveelt: saté.

Lekker op z’n Nederlands, met friet en een salade, of als onderdeel van een Indonesische maaltijd, bijvoorbeeld bij nasi goreng of nasi campur. Ik heb de sateetjes deze keer in de grillpan geroosterd, maar van de barbecue zijn ze nog net even wat lekkerder!

Kipsaté

voor 8 stokjes
  • 2 kipfilets
  • 3 eetlepels ketjap manis
  • 1 teen knoflook, fijngesneden
  • 1 theelepel sambal, bijvoorbeeld badjak
  • 1 theelepel limoensap
  • 1 theelepel gula djawa (palmsuiker) of bruine basterdsuiker
  • mespunt gemalen citroengras (sereh)
  • mespunt komijnpoeder (djinten)
  • mespunt korianderpoeder (ketoembar)
  • mespunt gemberpoeder (djahé)
  • 8 satéprikkers
voor de saus
  • 150 gram pindakaas
  • 1 theelepel geraspte gember
  • 1 theelepel sambal, bijvoorbeeld badjak
  • 2 eetlepels gula djawa
  • 1 teen knoflook, fijngesneden
  • 1 kaffirlimoenblad (diepvries, verkrijgbaar bij de toko)
  • 1 eetlepel ketjap asin
  • 250 ml kokosmelk

Week de stokjes in water om te voorkomen dat ze verbranden.

Meng alle ingrediënten voor de marinade door elkaar. Snijd elke kipfilet in 4 lange repen en roer die goed om met de marinade. Laat een half uur marineren.

Rijg de repen kip in een zigzagvorm aan de satéprikkers. Verhit een grillpan en rooster de sateetjes gaar. (Of rooster ze op de barbecue als het weer het toelaat.)

Roer ondertussen alle ingrediënten voor de saus door elkaar en breng al roerend aan de kook. Laat even pruttelen.

Leg de sateetjes op een schaal, schep de saus erover en garneer eventueel met gebakken uitjes.

kipsaté

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *